Inleiding

In het coalitieakkoord 2015-2019 blijft de ingezette focus op de kerntaken van belang, met een omslag van beleidsvorming naar uitvoering. Wij werken samen met mede-overheden, bedrijven, instellingen en maatschappelijke organisaties om de regionale kerntaken uit te voeren: de taken waarbij de toegevoegde waarde van het middenbestuur het verschil kan maken. Wij streven naar een sterke regio met een aantrekkelijke leefomgeving en een goed vestigingsklimaat. Daarom hebben onze provinciale kerntaken en de hiervan afgeleide beleidsdoelstellingen vooral betrekking op het fysieke domein. Bij de provinciale beleidsdoelstellingen kan bijvoorbeeld gedacht worden aan gebiedsontwikkelingsprojecten, natuur, water, recreatie, bedrijventerreinen, infrastructuur en (binnenstedelijke) woningbouw.

Voor het verwezenlijken van provinciale beleidsdoelstellingen in het fysieke domein kan het grondbeleid faciliterend en actief worden ingezet.

1.    Faciliterend grondbeleid

Bij faciliterend grondbeleid wordt de verwezenlijking van onze beleidsdoelstellingen zoveel mogelijk overgelaten aan andere partijen, zoals gemeenten en marktpartijen. Bij faciliterend grondbeleid is dus geen sprake van het voeren van eigen grondexploitaties, al dan niet samen met gemeenten. Bij faciliterend grondbeleid hoeft er minder te worden geïnvesteerd en is er dus minder risico.

2.    Actief grondbeleid

Als wij als private partij, alleen of in samenwerkingsverband met één of meerdere gemeenten, zelf grond aankopen om op die grond de gewenste bestemming te realiseren, is er sprake van actief grondbeleid. Bij het actieve grondbeleid zijn er verschillende categorieën, zoals taakgebonden verwervingen, anticiperende, strategische en exploiterende aankopen, te onderscheiden. De categorieën staan in oplopende volgorde qua activiteit en risico.

Bij taakgebonden verwervingen vindt grondaankoop plaats als de noodzaak zich voordoet, bijvoorbeeld in het kader van de aanleg of verbetering van wegen of bij de realisatie van kunstwerken of bijvoorbeeld ecoducten en bruggen. Ook is er sprake van taakgebonden (anticiperende) grondaankopen als de provincie gronden aankoopt met een oorspronkelijk agrarische bestemming die na aankoop een nieuwe functie, bijvoorbeeld natuur, krijgen. Hierbij zijn de risico’s beperkt tot die risico's die gepaard gaan met de normale bedrijfsvoering. De aankopen zijn functioneel voor de aanleg van een weggedeelte of ecoduct of de realisatie van nieuwe natuurgebieden. Eventuele restpercelen worden weer verkocht.

Bij de strategische grondaankopen zijn de risico’s groter. Bij de provincie betreft het de aankoop van zogenaamde ruilgronden. Ruilgronden zijn gronden met een strategische ligging, die in de toekomst mogelijk kunnen worden geruild. Het risico bestaat hierbij dat ruil niet of veel later dan gedacht plaats kan vinden en de waarde van de grond tussentijds daalt. Ook is er in dat geval langer sprake van een vermogensbeslag. Er is sprake van exploiterende aankopen, of grondexploitatie, als de provincie alleen of samen met gemeenten of andere partijen gronden aankoopt, zorg draagt voor het bouw- en woonrijp maken en vervolgens de grond uitgeeft aan bijvoorbeeld een aannemingsbedrijf. Zoals uit de crisis op de woningmarkt is gebleken, zijn de risico’s op verlies hierbij veel groter, aangezien ook de investeringen veel groter zijn en deze verminderd kunnen worden terugverdiend of zelfs geheel verloren kunnen gaan, als de woningmarkt stagneert. Hierna wordt ingegaan op het actieve grondbeleid binnen de provincie Utrecht, de ontwikkelingen in 2015 en op de mogelijke risico’s en genomen beheersingsmaatregelen.

Grondverwerving in het kader van het UMP

Tot 2007 hield de provincie Utrecht zich naast faciliterend grondbeleid voornamelijk bezig met de minst actieve vormen van actief grondbeleid. Er werden voornamelijk gronden verworven voor aanleg en verbetering van infrastructuur. Dit gebeurt ook nog altijd ten behoeve van projecten uit het Uitvoeringsprogramma Mobiliteitsplan (UMP). Zoals gezegd zijn de risico’s hierbij beperkt tot de risico's die gepaard gaan met de normale bedrijfsvoering. De aankopen zijn functioneel voor de aanleg van een weggedeelte of ecoduct. Alleen eventuele restpercelen worden weer verkocht. Eén en ander verloopt via de bestemmingsreserve Grote Wegenwerken, die is bestemd voor de uitvoering van het het Mobiliteitsplan 2014-2028. Aankopen afgerond in 2015 waren:

  • Fietsbrug Nigtevecht:
    • gronden aangekocht van Noord-Holland voor € 448.000,-
    • gronden aangekocht van particulier voor € 151.000,- en gronden verkocht aan particulier voor € 151.000,-  (wat heeft geleid tot een ruiling met bijbetaling door de particulier van € 1,-)
  • N226 Rotonde Mof, totaal aangekocht voor € 542.000,-.
  • N204 rotonde Blokland, totaal aangekocht voor € 40.000,-.
  • Bravo 7/9, gronden verkocht aan de gemeente Utrecht voor € 775.000,- (i.v.m. doortrekken geluidswal t.b.v. de wijk Veldhuizen in Leidsche Rijn).

Grondtransacties in het kader van de Agenda Vitaal Platteland

Opgave

Grondtransacties in het kader van de Agenda Vitaal Platteland vinden (naast enkele verwerving voor recreatie in kader van RodS) plaats ten behoeve van de natuurrealisatie. Natuurrealisatie kan doordat de Provincie agrarische gronden aankoopt binnen de opgave voor nieuwe natuur, deze inricht of laat inrichten en vervolgens verkoopt aan een eindbeheerder of doordat een derde agrarische grond (of al in eigendom of na verwerving) omvormt (inricht) naar natuur (functieverandering).

De opgave natuurrealisatie is in het Akkoord van Utrecht vastgelegd, dat met de gebiedspartners in 2011 gemaakt is, vooruitlopend op de discussies met het Rijk. In dit akkoord hebben partijen afspraken gemaakt over een afgeslankte ecologische hoofdstructuur (EHS), inmiddels Natuurnetwerk Nederland (NNN) genoemd. Er is afgesproken dat nog 1.506 hectare nieuwe natuur verworven of omgevormd zal worden. Tevens is realisatie van de natuur gedecentraliseerd naar de provincies. Het Rijk draagt alleen nog bij aan de realisatie van het NNN als daarmee internationale verplichtingen worden gediend, te weten Kader Richtlijn Water (KRW), Natura 2000 en Programma Aanpak Stikstof (PAS). Voor het deel niet-internationale verplichtingen binnen de bovengenoemde 1506 ha uit het Akkoord  van Utrecht is structureel € 2,5 miljoen per jaar beschikbaar gesteld door ons college. Via onder meer de zogenaamde Lenteakkoord-middelen heeft het Rijk eveneens middelen beschikbaar gesteld die vanaf  2016 t/m 2027 beschikbaar komen (totaal ca. € 72 miljoen).

Met het vaststellen van de Nota Uitvoering Grondstrategie in januari 2014 is de verwerving (of functiewijziging) van natuurgronden weer voortvarend opgepakt. Omdat het grootste deel van de rijksmiddelen in de vorm van grond aan de provincie is toegewezen (grond-voor-grond principe), is er de afgelopen twee jaar ook hard gewerkt aan verkoop van gronden (in ons eigendom).  Met de inkomsten hiervan kunnen nieuwe gronden worden aangekocht  of omgevormd tot natuur en ingericht. Tevens zorgen deze inkomsten voor dekking van de betaling aan het rijk van ca. €27 mln. voor de zogenaamde ILG-oud gronden.

Voortgang

Onderstaand is de voortgang  grondverwerving,  functieverandering én inrichting voor natuurrealisatie binnen het programma  Agenda Vitaal Platteland in 2015 weergegeven. In de tabel is een vergelijking gemaakt met de te behalen opgave.

Tabel 1: Aantal ha. natuurrealisatie en bezit op basis van NOK (Natuur op Kaart)

Doelrealisatie

Streefwaarde

Werkelijk
cumulatief
31-12-2014

Begroot
cumulatief
31-12-2015

Werkelijk
cumulatief
31-12-2015

Verwerving/functieverandering nieuwe natuur cumulatief in ha.

1.506

291[1]

325

 480[2]

Inrichting nieuwe natuur cumulatief in ha.

4.506

375[3]

820

566

Aantal ha. grond in bezit[4]

0

1.567

1.301

1.538[5]  

[1] Op basis van de op 18/8/2015 door GS vastgestelde Voortgangsrapportage Natuurnetwerk Nederland (kortweg VRN 2015) en het achterliggende GIS-bestand is dit getal bijgesteld van 230 (volgens de jaarrekening 2014) naar 291 ha.
[2] Het aantal ha’s van 480 is als volgt opgebouwd: 291 ha uit de VRN plus 189 ha aankoop en functieverandering in 2015.
[3] Op basis van de op 18/8/2015 door GS vastgestelde Voortgangsrapportage Natuurnetwerk Nederland is dit getal bijgesteld van 320 (volgens de jaarrekening 2014) naar 375 ha
[4] Het is beleid van de ProvincieUtrecht om gronden waar natuur is gerealiseerd niet in eigendom te houden maar deze te verkopen aan een eindbeheerder (veelal een terreinbeherende organisatie of een particulier).

[5] Bezit op basis van het bestand Bezit Landelijk Gebied per 1/1/2016 van de GIS-afdeling op basis van bezit volgens het kadaster exclusief Hart van de Heuvelrug.
De verwerving en functieverandering is goed op gang gekomen. Begroot is gemiddeld 125 ha. per jaar en in 2014 en 2015 is dat ook ruim  gerealiseerd. Daarmee wordt de in 2013 opgelopen achterstand langzaam ingelopen.
In totaal is 566 ha nieuwe natuur inmiddels ook ingericht. Daarmee lopen we achter op de begrootte 820 ha. Voor een verdere verklaring van deze cijfers en het tempo van inrichting wordt verwezen naar hoofdstuk 3 van deze jaarrekening in de paragraaf over het programma Landelijk Gebied.

Revolverend Fonds

In 2009 is een Revolverend Fonds ingesteld ter (voor)financiering van de aankoop van (ruil)grond en het houden van gronden en gebouwen op voorraad. In onderstaande tabel staan de aan- en verkopen per ijkdatum 31-12-2015 aangegeven.

Om de beheersing van de aan- en verkopen van gronden te versterken is in de VJN 2014 besloten om:

  • Het plafond van het Revolverend Fonds stapsgewijs terug te laten lopen van € 50 mln, naar nul euro eind 2027 omdat dan de doelstellingen moeten zijn bereikt:
    • tot € 45 mln. met ingang van 2016
    • tot € 40 mln. met ingang van 2018
    • tot € 35 mln. met ingang van 2020
    • tot € 30 mln. met ingang van 2022
    • tot € 20 mln. met ingang van 2024
    • tot € 10 mln. met ingang van 2026
    • tot € 0 met ingang van 2028
  • En de inzet van het Revolverend Fonds te beperken tot aankopen die direct of indirect bijdragen aan de realisatie EHS (Akkoord van Utrecht). In de Grondstrategie zijn hiervoor nog nadere randvoorwaarden meegegeven.

Tabel 2: Aan- en verkopen in Revolverend Fonds

Bedragen x € 1.000

Werkelijk 2014

Begroot 2015

Werkelijk 2015

Verschil
Begroot 2015 Werkelijk 2015

Stand 1-1

31.437

48.350

48.350

0

Verkopen RF

2.102

3.350

10.557

-7.207

Aankopen RF

19.015

0

0

0

Stand 31-12

48.350

45.000

37.793

-7.207

De begrote verkopen waren gebaseerd op het verschil tussen de stand van het Revolverend Fonds per 31-12-2014 en het gewenste plafond van € 45 mln. met ingang van 2016. De afgesproken geleidelijke afbouw van het Revolverend Fonds ligt daarmee op dit moment goed op schema. Er zijn het afgelopen jaar geen nieuwe aankopen meer gedaan met middelen uit het Revolverend Fonds.

Totale verkopen

We verkopen zowel ruilgronden (buiten begrenzing van de NNN, voorheen EHS) als natuurgronden. Voor de nieuwe natuurgronden willen we niet zelf de eindbeheerder zijn. Deze worden dus openbaar verkocht aan een partij die de natuur daar in stand kan houden en eventueel kan ontwikkelen. De ruilgronden proberen we te ruilen met partijen die gronden binnen de NNN hebben. Als uitruilen naar de NNN niet aan de orde is, worden de gronden openbaar verkocht, waarbij de opbrengst enerzijds wordt gebruikt om de natuurgronden aan te kopen, om te vormen of in te richten. Anderzijds worden de inkomsten gebruikt om de voorfinanciering uit het Revolverend Fonds af te lossen voor de betaling aan het rijk van ca. € 27 mln. voor overname van de zogenaamde ILG-oud gronden. Verkoop van gronden is zodoende zeer belangrijk. Vandaar dat wij begin 2014 met de programmabureaus AVP een verkooptaakstelling van € 7 mln. per jaar hebben afgesproken, gedurende vier jaar. In de jaarrekening rapporteren we over de voortgang van deze verkooptaakstelling, zie tabel 3. Bij de evaluatie van de Nota Uitvoering Grondstrategie, die in 2016 gepland staat, worden nieuwe afspraken gemaakt over de verkooptaakstelling. In totaal is in 2015 voor € 14,3 mln. verkocht aan gronden en opstallen. Daarmee is de verkooptaakstelling voor 2015 van € 7,0 mln. opnieuw  ruim behaald.

Tabel 3: Totaal verkopen

Bedragen x € 1.000

Werkelijk 2014

Begroot 2015

Werkelijk 2015

Verschil
Begroot 2015 Werkelijk 2015

Revolverend Fonds + overige

13.500

7.000

14.334

7.334

Boekwaarde BBL-gronden

Een deel van de BBL-gronden is voorgefinancierd uit het Revolverend Fonds en heeft daardoor een boekwaarde, die is opgenomen onder “Ruilgrond” in tabel 4.

Tabel 4: Boekwaarde bezit gronden in het landelijk gebied

Bezit landelijk gebied d.d. 31 december 2015

 Categorie

Aantal hectare

Boekwaarde bij aanschaf
x €1.000

Boekwaarde op jaareinde
x €1.000

Waarde vermindering
x €1.000

EHS

365[1]

0

0

0

Rods

178[2]

0

0

0

Ruilgrond

995[3]

39.538

37.793

1.745

Totaal

1.538[4]

39.538

37.793

1.745

[1]Bron: bestand Bezit landelijk gebied, A-gronden binnen begrenzing (543 ha) minus RodS-gronden (178 ha).
[2]Bron: bestand Bezit landelijk gebied, A-gronden binnen RodS-begrenzing.
[3]Bron: bestand Bezit landelijk gebied, alle gronden met uitzondering van de A-gronden binnen begrenzing.

[4] Bron: bestand Bezit landelijk gebied, met uitzondering van de gronden binnen Hart van de Heuvelrug.
De 995 ha ruilgrond (incl. opstallen) staat nu voor € 37.793.000 op de balans, dit komt neer op ca. € 38.000 per ha. De gemiddelde grondprijs voor agrarische grond in Utrecht lag in 2015 rond de € 55.000 per ha . Als alle ruilgronden en opstallen verkocht worden, is de verwachting dat hier meer waarde tegenover staat dan het bedrag dat nu op de balans geactiveerd is. Daar komt nog bij dat de opstallen niet apart geactiveerd zijn en dat ook de EHS en RodS-gronden in beperkte mate opbrengsten met zich meebrengen bij verkoop. Het gaat dan om ca. 15% van de agrarische waarde. De opbrengsten die bovenop de geactiveerde waarde worden binnengehaald, worden gebruikt voor realisatie van de nieuwe natuur (verwerving, functieverandering en inrichting) in het kader van grond voor grond.

Financiële risico‚Äôs bij grondverwerving AVP

Het financiële risico bij grondverwerving voor de inrichting van het landelijk gebied is over het algemeen beperkt, omdat grond relatief waardevast is. Zo uitte het effect van de financiële crisis zich de afgelopen jaren bijvoorbeeld vooral in een daling in de huizenprijzen en veel minder in de agrarische grondprijzen (bron: Grondprijsmonitor DLG).

In 2013 hebben wij de Bestuursovereenkomst Grond met het rijk gesloten. Daarmee hebben wij per 1 januari 2014 het economisch eigendom en daarmee ook de volledige verantwoordelijkheid over het beheer (onderhoud, pacht en uitgifte in gebruik) gekregen van de zogenaamde BBL-oud gronden (gronden verworven voor 2007). Over de zogenaamde BBL-nieuw gronden (verworven na 2007) was dat al het geval. In 2015 is in het kader van DLG-transitie (definitief 1 maart 2015)  onze organisatie zodanig ingericht dat de verantwoordelijkheid voor het beheer van deze gronden nu geheel in eigen huis neergelegd is. Via een handboek wordt de werkwijze komend jaar vastgelegd om de eventuele  risico’s te ondervangen.

Risicofonds Revolverend Fonds

In mln. euro’s

Begin saldo

 €      5,000 mln.

afboeking 2015

 €      1,745 mln. -/- 

Eind saldo

 €      3,255 mln.

Het Revolverend Fonds kent een risicofonds om eventuele risico’s op te vangen. Conform het beleid voor risicomanagement is het totale risicofonds (benodigd voor verwachte verliezen; risico van optreden > 50%) omgezet in een voorziening. De storting in de voorziening is als kosten opgenomen en onttrokken uit de reserve, dit wordt u ter besluitvorming voorgelegd bij deze jaarrekening. De bovengenoemde afboeking van € 1,745 is direct ten laste gebracht van deze voorziening. Het afgelopen jaar zijn er diverse gronden en opstallen verkocht, die waren voorgefinancierd uit het Revolverend Fonds. Vanwege een tegenvallende opbrengst op één van de verkopen/grondruil leiden we verlies ten opzichte van de aankoopwaarde. Betreffend verlies is opgetreden omdat de aankoop destijds in gang is gezet ter realisatie van een grotere natuuropgave (i.c. Robuuste Ecologische Verbindingszone Heuvelrug-Vallei); met de herijking door Kabinet Rutte1 is deze opgave weggevallen en het bijbehorende budget gereduceerd waardoor deze aankoop niet meer ten laste van het natuurbudget gebracht kon worden. In de jaarrekening over 2014 is al aangekondigd dat het risicofonds, de voorziening om risico’s op te vangen, in 2015 aangesproken moest gaan worden. Daarmee resteert nu een saldo van € 3,255 mln. dat voldoende is om de risico’s binnen het Revolverend Fonds in de toekomst op te kunnen vangen.

Hart van de Heuvelrug

De informatie over Hart van de Heuvelrug is in deze jaarrekening opgenomen in een apart projectblad.